De Demmink affaire

thEr zijn twee waarheden in deze affaire. De eerste is deze: Als je ergens maar lang genoeg over schrijft wordt het vanzelf een affaire. En altijd zijn er mensen die zaken combineren en zo een complot menen te ontwaren. Elke theorie kan juist of onjuist zijn. De tweede waarheid is dat elk onderzoek stelselmatig wordt tegengewerkt.  Ook afgelopen week toen Demmink als getuige werd opgeroepen zegde hij af, terwijl hij ergens anders wel een feestje bezocht. Het onderzoek dat gelast is en door justitie zou moeten worden uitgevoerd maakt ogenschijnlijk geen vorderingen. Er wordt vrijwel niets over gerapporteerd. De waarheid is dat de gedachte aan een doofpot onontkoombaar is. Sommige feiten zijn bevestigd. Feit is ook dat elke ambtenaar, leraar, zwemleraar, sportschoolhouder waartegen dergelijke beschuldigingen zijn geuit én waartegen een rechterlijk onderzoek loopt op non actief zou zijn gesteld. Dat is met Demmink nooit gebeurd en ook nu wordt in de allerhoogste kringen hem de hand boven het hoofd gehouden.

Ik wil niemand voorbarig veroordelen, maar deze zaak raakt de fundamenten van de rechtsstaat. Hij is benoemd door vele “hogerhanden”en benoemde zelf vele medewerkers op justitie. Alle kenmerken voor een doofpot zijn aanwezig. Ik wil gewoon dat er een open en eerlijk onderzoek komt.  Openbaar en onafhankelijk. Door de tweede kamer of door een internationaal orgaan.

 

Dat het erg fout kan gaan met de berichtgeving blijkt ook uit de zaak Baybasin, waar de rechter deze week een uitspraak over deed. Overigen komt er nog een herziening van zijn vonnis. Vast staat dat Demmink zich hier actief mee bemoeide. Het wordt hoog tijd dat de waarheid in deze zaak uit de doofpot wordt gehaald.

Het sneeuwklokje

warboel

Mijn hoofd, warboel en hoop.

Verdriet, er is niet aan te ontkomen, het treft ons allemaal. Het verdriet ziet er uit als een dor uitziende bloembol. Je huilt en huilt en denkt dat het niks oplost. Maar toch, tóch als je de diepte ingaat, net als de bloembol in de grond en de aarde bevochtigd wordt door je tranen, is er opluchting. Zie je nieuw leven, nieuwe hoop. Het kopje van het sneeuwklokje worstelt zich een weg naar boven, naar het licht, het zonlicht. Net zoals het kopje van een sneeuwklokje zich opricht in het licht mag ik me uitstrekken naar Het Licht. Verdriet is net als de seizoenen in het jaar. Het komt en het gaat. Maar elk jaar komt het sneeuwklokje tot bloei.

 

Gemaakt door Wilma over het verwerken van slechthorendheid

De tekening maakte zij erbij. Een afbeelding van haar hoofd.

Over offers

Langzamerhand werd alles anders. Vroeger leefden we van de jacht. Als er lamwild geschoten was was het feest. Dan was er weer te eten. Het eentonige menu van wortels en knollen werd onderbroken door een dier wat zijn leven gaf om ons te voeden. We waren het dier dankbaar en hadden er respect voor. Het was zeker niet ongewoon een dier te eten. Wel lieten we uit respect voor het leven van het dier het bloed op de aarde lopen. Zo had God het ook geboden en zo deden we het. Ook aan God boden we dieren aan. Zonder bloed, dat lieten we ook uitstromen. We vonden het gewoon en waren blij dat we de Schepper op deze manier konden aanbidden. Toen ik enige jaren geleden met een groep “Hollandse” scholieren in Zambia was en er een geit werd geslacht voor het avondeten bleek dit gemeenschappelijk verleden vergeten. Dieren mochten niet geslacht en zeker niet waar wij bij waren. Het kostte moeite om je voor te stellen, dat al dat verpakte vlees bij de supermarkt ook ooit geleefd had. Sommigen werden ter plaatse vegetariër, meestal niet langer dan tot de Mac op het vliegveld. Zo veranderde langzaam ons hele systeem. Dieren werden als mensen. We sluiten nu een verzekering af voor de dierenarts. Foto’s, operaties, medicijnen. En als een dier te oud geworden is om te herstellen willen we dat eigenlijk niet toegeven. We rekken het leven omdat hij het “nog zo goed doet”. Een aasvisje om te snoeken vinden we crimineel. Dieren zijn als mensen met hun grote mensenwensen. Sesamstraat heeft het er ingehamerd. Slachten gebeurt ver van ons bed en huisdieren zijn onze kinderen. En dan slaan we de Bijbel open en gaan we praten over de offers. Over de God die een lam op een altaar een aangename geur vindt. Dat kan natuurlijk niet. Dat moet wel een vreselijke God of een vreselijk bedenksel van mensen van vroeger zijn. Het schepsel gaan we eren boven de Schepper, die de dood van een lam nooit goedgekeurd kan hebben. We bedenken een nieuwe God. Een lieve God. Die wel knuffelt en bij wie je op schoot kan zitten. En zo houden wij onszelf voor de gek. God is een knuffelbeer en wij slachten frikandellen ver van ons bed. En soms – als we heel principieel worden – gaan we onze huisdieren voorzien van vegetarisch voedsel. De tijdgeest is machtiger dan ons denken.

Christen-extremisten

geweldDe aanslagen in Parijs en Brussel laten zien dat geweld, haat, wraak en strijd nog steeds niet uit deze wereld gebannen zijn. Dat is van alle tijden. In zekere zin niks nieuws. Verschrikkelijk nieuws, maar helaas ook heel gewoon. Sinds Kaïn een kwart van de mensheid uitroeide door zijn broer Abel te vermoorden is er niet veel veranderd. Natuurlijk heeft de overheid een taak ons te beschermen, zo goed en kwaad als dat gaat. Maar helemaal veilig wordt het nooit. Waar de wereld een groot dorp is geworden, iedereen dichtbij is, raken we ook steeds meer in conflict met elkaar. Ook de Islam is steeds nadrukkelijker aanwezig. In alle gradaties. Van heel mild, bijna seculier, tot extreem gewelddadig. Sommigen roepen op moslims aan te wijzen als het kwaad in deze wereld. Dat is natuurlijk niet zo. Er zijn vredelievende en gewelddadige moslims. Net als christenen trouwens. Wel zie ik een strijd tussen waarheid en leugen. En die strijd speelt zich af op wereldniveau. Ik geloof dat de God van de hemel en de aarde, JHWH, de Vader van Yahshoea, de Messias de waarheid is. En dat het een leugen is dat God geen Zoon heeft en geen Vader zou zijn. Sterker, dat is zelfs dé leugen van dé antichrist. (1 Johannes 2:22 in de Bijbel) Het getuigt niet van respect tegenover moslims het daar niet over te hebben. Ook zij mogen weten van de verlossing die er is door Jezus Christus. Niet door geweld, maar door de Geest van God. (Zacharia 4:6) Hoe onze handen ook jeuken en onze woede wordt opgewekt door haat en geweld, wij hebben nooit de roeping dit met geweld te beantwoorden. Integendeel: Uw vriendelijkheid moet alom bekend zijn. (Filippenzen 4:5) Dat is pas uitdagend en soms ook heel gevaarlijk. Maar dat is wat een christen-extremist kenmerkt.

De Tijdgeest

lam Langzamerhand werd alles anders.  Vroeger leefden we van de jacht. Als er wild geschoten was was het feest. Dan was er weer te eten. Het eentonige menu van wortels en knollen werd onderbroken door een dier wat zijn leven gaf om ons te voeden. We waren het dier dankbaar en hadden er respect voor. Het was zeker niet ongewoon een dier te eten. Wel lieten we uit respect voor het leven van het dier het bloed op de aarde lopen. Zo had God het ook geboden en zo deden we het. Ook aan God boden we dieren aan. Zonder bloed, dat lieten we ook uitstromen. We vonden het gewoon en waren blij dat we de Schepper op deze manier konden aanbidden. Toen ik enige jaren geleden met een groep “Hollandse” scholieren in Zambia was en er een geit werd geslacht voor het avondeten bleek dit gemeenschappelijk verleden vergeten. Dieren mochten niet geslacht en zeker niet waar wij bij waren. Het kostte moeite om je voor te stellen, dat al dat verpakte vlees bij de supermarkt ook ooit geleefd had. Sommigen werden ter plaatse vegetariër, meestal niet langer dan tot de Mac op het vliegveld. Zo veranderde langzaam ons hele systeem. Dieren werden als mensen. We sluiten nu een verzekering af voor de dierenarts.  Foto’s, operaties, medicijnen. En als een dier te oud geworden is om te herstellen willen we dat eigenlijk niet toegeven. We rekken het leven omdat hij het “nog zo goed doet”. Een aasvisje om te snoeken vinden we crimineel. Dieren zijn als mensen met hun grote mensenwensen. Sesamstraat heeft het er ingehamerd. Slachten gebeurt ver van ons bed en huisdieren zijn onze kinderen. En dan slaan we de Bijbel open en gaan we praten over de offers. Over de God die een lam op een altaar een aangename geur vindt. Dat kan natuurlijk niet. Dat moet wel een vreselijke God of een vreselijk bedenksel van mensen van vroeger zijn. Het schepsel gaan we eren boven de Schepper, die de dood van een lam nooit goedgekeurd kan hebben. We bedenken een nieuwe God. Een lieve God. Die wel knuffelt en bij wie je op schoot kan zitten. En zo houden wij onszelf voor de gek. God is een knuffelbeer en wij slachten frikandellen ver van ons bed. En soms – als we heel principieel worden – gaan we onze huisdieren voorzien van vegetarisch voedsel. De tijdgeest is machtiger dan ons denken.

%d bloggers liken dit: