Diederik Stapel

diederikstapelHoe geef je zin aan je leven als alles waarvan je dacht dat het je leven zin gaf wegvalt. Dat is ongeveer het centrale thema in het nieuwste boek van Diederik Stapel, “ Zuchten” . Zijn verhaal is bekend. Hij was een gevierd sociaal psycholoog, die bleek gefraudeerd te hebben en daarom in 2011 uit al zijn functies werd gezet. Al zijn awards, benoemingen, functies en overige waardigheden werden hem ontnomen. Een diepe val bleek onvermijdelijk.  Deze week hoorde ik een interview met hem op NOS radio 1, mede naar aanleiding  van het verschijnen van zijn eerder genoemde boek. Een boek wat ik in één zucht heb uitgelezen. Wat een diepe val, wat een moeizaam opkrabbelen en wat een heldere spiegel hield hij zichzelf voor. Maar ook mij! Wat is de zin van mijn leven als mijn eigen drukke bezigheden wegvallen en er niets overblijft van wat ik ben of doe. Als christen heb ik dikwijls snel een antwoord. De zin van het leven is dat God ons geschapen heeft en Jezus zijn leven voor ons gaf. Maar dit boek deed mij beseffen dat de vraag nog dieper ligt. Het gaat niet alleen om de oorzaak van het leven. Voor mij de Schepper, voor anderen evolutionaire of andersoortige processen. Maar het ligt dieper, daarachter, waarom leef ik dan. Met welk doel. Ben  ik er alleen maar omdat God daar plezier in heeft? Maar hoe zit het dan met lijden en dood. Heeft God een plan met mijn leven, dat zeggen we dan. Maar dikwijls heeft dat dan weer te maken met opleiding, werk, gezin, zorg voor anderen. Daar zit veel levensvervulling in. Persoonlijke vervulling en mooi als dat lukt. Als je bijvoorbeeld gelauwerd professor bent en elke dag, ieder uur je mening op prijs gesteld wordt. Maar wat als je persoonlijke doel wegvalt, door ziekte, fraude of op andere manieren. Wat als de voorganger overspel pleegt en uit zijn functie ontheven wordt. Als iedereen met of zonder zonde eerste, tweede en derde stenen begint te werpen. Dan gaat het niet meer alleen over de zin, het doel van mijn leven, maar over de zin van hét leven. Is dat wachten op een nieuw leven, de hemel, nieuwe aarde of nog iets anders? Maar waarom dan het nu? Wat is de zin van het nu voor deze wereld. Van stervende kinderen, oorlogen, kiespijn. Het boek van Diederik Stapel hield mij een spiegel voor waar ik mijn inzicht in kon testen. En daar ben ik nog mee bezig. Soms is het goed als je de geijkte antwoorden even loslaat en jezelf diepe vragen gaat stellen. Daar is wel moed voor nodig. Maar als de door mij beleden waarheid de werkelijkheid is moet die toch een onderzoek kunnen doorstaan? Mijn geloof wankelt niet. Mijn antwoorden wel. Ik zou je aanraden het boek te kopen en te lezen. Het gebeurt niet dikwijls dat een boek mij zó aan het denken zet.

Zuchten door Diederik Stapel

Uitgeverij Lucht BV

ISBN 9789491729713

Het sneeuwklokje

warboel

Mijn hoofd, warboel en hoop.

Verdriet, er is niet aan te ontkomen, het treft ons allemaal. Het verdriet ziet er uit als een dor uitziende bloembol. Je huilt en huilt en denkt dat het niks oplost. Maar toch, tóch als je de diepte ingaat, net als de bloembol in de grond en de aarde bevochtigd wordt door je tranen, is er opluchting. Zie je nieuw leven, nieuwe hoop. Het kopje van het sneeuwklokje worstelt zich een weg naar boven, naar het licht, het zonlicht. Net zoals het kopje van een sneeuwklokje zich opricht in het licht mag ik me uitstrekken naar Het Licht. Verdriet is net als de seizoenen in het jaar. Het komt en het gaat. Maar elk jaar komt het sneeuwklokje tot bloei.

 

Gemaakt door Wilma over het verwerken van slechthorendheid

De tekening maakte zij erbij. Een afbeelding van haar hoofd.

Over offers

Langzamerhand werd alles anders. Vroeger leefden we van de jacht. Als er lamwild geschoten was was het feest. Dan was er weer te eten. Het eentonige menu van wortels en knollen werd onderbroken door een dier wat zijn leven gaf om ons te voeden. We waren het dier dankbaar en hadden er respect voor. Het was zeker niet ongewoon een dier te eten. Wel lieten we uit respect voor het leven van het dier het bloed op de aarde lopen. Zo had God het ook geboden en zo deden we het. Ook aan God boden we dieren aan. Zonder bloed, dat lieten we ook uitstromen. We vonden het gewoon en waren blij dat we de Schepper op deze manier konden aanbidden. Toen ik enige jaren geleden met een groep “Hollandse” scholieren in Zambia was en er een geit werd geslacht voor het avondeten bleek dit gemeenschappelijk verleden vergeten. Dieren mochten niet geslacht en zeker niet waar wij bij waren. Het kostte moeite om je voor te stellen, dat al dat verpakte vlees bij de supermarkt ook ooit geleefd had. Sommigen werden ter plaatse vegetariër, meestal niet langer dan tot de Mac op het vliegveld. Zo veranderde langzaam ons hele systeem. Dieren werden als mensen. We sluiten nu een verzekering af voor de dierenarts. Foto’s, operaties, medicijnen. En als een dier te oud geworden is om te herstellen willen we dat eigenlijk niet toegeven. We rekken het leven omdat hij het “nog zo goed doet”. Een aasvisje om te snoeken vinden we crimineel. Dieren zijn als mensen met hun grote mensenwensen. Sesamstraat heeft het er ingehamerd. Slachten gebeurt ver van ons bed en huisdieren zijn onze kinderen. En dan slaan we de Bijbel open en gaan we praten over de offers. Over de God die een lam op een altaar een aangename geur vindt. Dat kan natuurlijk niet. Dat moet wel een vreselijke God of een vreselijk bedenksel van mensen van vroeger zijn. Het schepsel gaan we eren boven de Schepper, die de dood van een lam nooit goedgekeurd kan hebben. We bedenken een nieuwe God. Een lieve God. Die wel knuffelt en bij wie je op schoot kan zitten. En zo houden wij onszelf voor de gek. God is een knuffelbeer en wij slachten frikandellen ver van ons bed. En soms – als we heel principieel worden – gaan we onze huisdieren voorzien van vegetarisch voedsel. De tijdgeest is machtiger dan ons denken.

Christen-extremisten

geweldDe aanslagen in Parijs en Brussel laten zien dat geweld, haat, wraak en strijd nog steeds niet uit deze wereld gebannen zijn. Dat is van alle tijden. In zekere zin niks nieuws. Verschrikkelijk nieuws, maar helaas ook heel gewoon. Sinds Kaïn een kwart van de mensheid uitroeide door zijn broer Abel te vermoorden is er niet veel veranderd. Natuurlijk heeft de overheid een taak ons te beschermen, zo goed en kwaad als dat gaat. Maar helemaal veilig wordt het nooit. Waar de wereld een groot dorp is geworden, iedereen dichtbij is, raken we ook steeds meer in conflict met elkaar. Ook de Islam is steeds nadrukkelijker aanwezig. In alle gradaties. Van heel mild, bijna seculier, tot extreem gewelddadig. Sommigen roepen op moslims aan te wijzen als het kwaad in deze wereld. Dat is natuurlijk niet zo. Er zijn vredelievende en gewelddadige moslims. Net als christenen trouwens. Wel zie ik een strijd tussen waarheid en leugen. En die strijd speelt zich af op wereldniveau. Ik geloof dat de God van de hemel en de aarde, JHWH, de Vader van Yahshoea, de Messias de waarheid is. En dat het een leugen is dat God geen Zoon heeft en geen Vader zou zijn. Sterker, dat is zelfs dé leugen van dé antichrist. (1 Johannes 2:22 in de Bijbel) Het getuigt niet van respect tegenover moslims het daar niet over te hebben. Ook zij mogen weten van de verlossing die er is door Jezus Christus. Niet door geweld, maar door de Geest van God. (Zacharia 4:6) Hoe onze handen ook jeuken en onze woede wordt opgewekt door haat en geweld, wij hebben nooit de roeping dit met geweld te beantwoorden. Integendeel: Uw vriendelijkheid moet alom bekend zijn. (Filippenzen 4:5) Dat is pas uitdagend en soms ook heel gevaarlijk. Maar dat is wat een christen-extremist kenmerkt.

De Tijdgeest

lam Langzamerhand werd alles anders.  Vroeger leefden we van de jacht. Als er wild geschoten was was het feest. Dan was er weer te eten. Het eentonige menu van wortels en knollen werd onderbroken door een dier wat zijn leven gaf om ons te voeden. We waren het dier dankbaar en hadden er respect voor. Het was zeker niet ongewoon een dier te eten. Wel lieten we uit respect voor het leven van het dier het bloed op de aarde lopen. Zo had God het ook geboden en zo deden we het. Ook aan God boden we dieren aan. Zonder bloed, dat lieten we ook uitstromen. We vonden het gewoon en waren blij dat we de Schepper op deze manier konden aanbidden. Toen ik enige jaren geleden met een groep “Hollandse” scholieren in Zambia was en er een geit werd geslacht voor het avondeten bleek dit gemeenschappelijk verleden vergeten. Dieren mochten niet geslacht en zeker niet waar wij bij waren. Het kostte moeite om je voor te stellen, dat al dat verpakte vlees bij de supermarkt ook ooit geleefd had. Sommigen werden ter plaatse vegetariër, meestal niet langer dan tot de Mac op het vliegveld. Zo veranderde langzaam ons hele systeem. Dieren werden als mensen. We sluiten nu een verzekering af voor de dierenarts.  Foto’s, operaties, medicijnen. En als een dier te oud geworden is om te herstellen willen we dat eigenlijk niet toegeven. We rekken het leven omdat hij het “nog zo goed doet”. Een aasvisje om te snoeken vinden we crimineel. Dieren zijn als mensen met hun grote mensenwensen. Sesamstraat heeft het er ingehamerd. Slachten gebeurt ver van ons bed en huisdieren zijn onze kinderen. En dan slaan we de Bijbel open en gaan we praten over de offers. Over de God die een lam op een altaar een aangename geur vindt. Dat kan natuurlijk niet. Dat moet wel een vreselijke God of een vreselijk bedenksel van mensen van vroeger zijn. Het schepsel gaan we eren boven de Schepper, die de dood van een lam nooit goedgekeurd kan hebben. We bedenken een nieuwe God. Een lieve God. Die wel knuffelt en bij wie je op schoot kan zitten. En zo houden wij onszelf voor de gek. God is een knuffelbeer en wij slachten frikandellen ver van ons bed. En soms – als we heel principieel worden – gaan we onze huisdieren voorzien van vegetarisch voedsel. De tijdgeest is machtiger dan ons denken.

%d bloggers liken dit: