De Tijdgeest

lam Langzamerhand werd alles anders.  Vroeger leefden we van de jacht. Als er wild geschoten was was het feest. Dan was er weer te eten. Het eentonige menu van wortels en knollen werd onderbroken door een dier wat zijn leven gaf om ons te voeden. We waren het dier dankbaar en hadden er respect voor. Het was zeker niet ongewoon een dier te eten. Wel lieten we uit respect voor het leven van het dier het bloed op de aarde lopen. Zo had God het ook geboden en zo deden we het. Ook aan God boden we dieren aan. Zonder bloed, dat lieten we ook uitstromen. We vonden het gewoon en waren blij dat we de Schepper op deze manier konden aanbidden. Toen ik enige jaren geleden met een groep “Hollandse” scholieren in Zambia was en er een geit werd geslacht voor het avondeten bleek dit gemeenschappelijk verleden vergeten. Dieren mochten niet geslacht en zeker niet waar wij bij waren. Het kostte moeite om je voor te stellen, dat al dat verpakte vlees bij de supermarkt ook ooit geleefd had. Sommigen werden ter plaatse vegetariër, meestal niet langer dan tot de Mac op het vliegveld. Zo veranderde langzaam ons hele systeem. Dieren werden als mensen. We sluiten nu een verzekering af voor de dierenarts.  Foto’s, operaties, medicijnen. En als een dier te oud geworden is om te herstellen willen we dat eigenlijk niet toegeven. We rekken het leven omdat hij het “nog zo goed doet”. Een aasvisje om te snoeken vinden we crimineel. Dieren zijn als mensen met hun grote mensenwensen. Sesamstraat heeft het er ingehamerd. Slachten gebeurt ver van ons bed en huisdieren zijn onze kinderen. En dan slaan we de Bijbel open en gaan we praten over de offers. Over de God die een lam op een altaar een aangename geur vindt. Dat kan natuurlijk niet. Dat moet wel een vreselijke God of een vreselijk bedenksel van mensen van vroeger zijn. Het schepsel gaan we eren boven de Schepper, die de dood van een lam nooit goedgekeurd kan hebben. We bedenken een nieuwe God. Een lieve God. Die wel knuffelt en bij wie je op schoot kan zitten. En zo houden wij onszelf voor de gek. God is een knuffelbeer en wij slachten frikandellen ver van ons bed. En soms – als we heel principieel worden – gaan we onze huisdieren voorzien van vegetarisch voedsel. De tijdgeest is machtiger dan ons denken.

Fijn als je wilt reageren.