We gaan nog even verder in het boekje Job. Allereerst dit: We noemen het steeds een boekje. Maar het maakt natuurlijk deel uit van een groter geheel, één Boek, de Bijbel. Dat betekent meer dan je zou denken. Als al die verschillende geschriften samen één boekje vormen zeggen ze ook iets over elkaar. Is wat er bijvoorbeeld in Johannes staat van betekenis voor de uitleg van laten we zeggen Deuteronomium en andersom. Dat we zeggen dat de Bijbel één boek is is veelzeggend. EN nu dan Job:
Job 42: 1 Toen antwoordde Job de HEERE en zei:2 Ik weet dat U alles vermag, en geen plan is onmogelijk voor U.3 Wie is hij, zegt U, die Mijn raad verbergt zonder kennis? Zo heb ik verkondigd wat ik niet begreep, dingen die te wonderlijk voor mij zijn en die ik niet weet.
4 Luister nu, en ík zal spreken! Ik zal U ondervragen: maak het mij bekend!5 Alleen door het luisteren met het oor had ik U gehoord, maar nu heeft mijn oog U gezien.6 Daarom veracht ik mijzelf en ik heb berouw, op stof en as.
7 Nadat de HEERE deze woorden tot Job gesproken had, gebeurde het dat de HEERE tegen Elifaz, de Temaniet, zei: Mijn toorn is ontbrand tegen u en tegen uw twee vrienden, want u hebt niet juist over Mij gesproken, zoals Mijn dienaar Job.
Eerst is Job aan het woord. Hij is erachter gekomen dat hij wel veel dácht te weten, maar dat alles toch net een beetje anders zit. Hij had het over dingen die te wonderlijk zijn en die hij niet wist. Dat geldt in feite ook voor ons. Geloven is van boven. Het gaat over een andere dimensie./ Over een plaats en een tijd die buiten onze werkelijkheid staan. We zouden er niks van weten als God het ons niet geopenbaard had, bekend gemaakt had. Sommigen gaan vandaag zo ver te zeggen dat we dan ook alles maar verzonnen hebben. Dat wil er bij mij niet in. Daar is de Bijbel te knap voor in elkaar gezet. Gedurende meer dan 1600 jaar is er aan geschreven. En alles klopt met alles. Schijnbare tegenstrijdigheden lossen zich dikwijls op als we beter gaan lezen wat er echt is geschreven. Daarom is dit ook eigenlijk een gebed van Job, wat ik hem nazeg: waar hebben we het over? Ik snap er niks van. Het is te groot voor mij. Maar toch heb ik U gezien in mijn leven, daar kan ik niet omheen. En daarom wil ik leven met en voor U.
Dan zegt God dat Job goed gesproken heeft. In tegenstelling tot zijn vrienden. Die hebben wel heel veel gezegd over God, maar alles net of helemaal ernaast. Omdat het uit henzelf voortkwam. We moeten eerst luisteren naar God voor we kunnen spreken óver God. Logisch, maar wat wordt het dikwijls vergeten. Dikwijls wordt er eerst geluisterd naar wat mensen zeggen over God om vervolgens een eigen mening te vormen. Hier gaat het andersom. En dat zet de wereld op zijn kop.
