We laten Job even los. We komen hem later wel weer eens tegen, maar voorlopig wilde ik alleen van hem laten zien dat hij onze zogenaamde kennis enorm relativeert. God is de énige die het weet. Wij zijn van gisteren en ons kennen is heel beperkt. We gaan nu naar een kernboek van de Bijbel. Westerlingen beginnen dikwijls aan het begin van het boek te lezen om aan het eind het plot te ontdekken. In de Bijbel is dat anders. Daar vind je het belangrijkste meestal in het midden, het centrum. De eerste vijf boeken van Mozes worden samen de Thora genoemd. Dat wil zeggen onderwijzing. Het is de basis van de hele Bijbel. Het betreft de eerste schriftelijke openbaring van God aan de mensheid. Het middelste boekje van de Thora is Leviticus. In het Hebreeuws ‘Wajikra’, wat betekent:”En Hij riep”. Dat zijn ook gewoon de eerste woorden van Leviticus.
Leviticus 1:1 De HEERE riep Mozes en sprak tot hem vanuit de tent van ontmoeting:
Daarin kunnen we direct zien dat God de méns riep. Zoals Hij dat deed in het begin toen de mens van hem gevlucht was en Hij Adam riep:”Adam, waar bén je?” Het initiatief gaat van God uit. En God riep vanuit de “tent van de ontmoeting”. Een heel bijzondere plek, die erop ingericht is de Almachtige onder ogen te komen. Om uiteindelijk, in deze tent, bij de allerheiligste plek te komen, de ark, de troon van de onzichtbare, eeuwige God, heb je een hele weg af te leggen. Via de poort naar de offerplaats, het wasvat, het heilige en uiteindelijk in het heiligdom. Maar juist daar is het waar God riep. In eerste instantie Mozes. Mozes als leider van het volk Israël trad op als bemiddelaar tussen de Eeuwige en het volk. Israël verwacht nog altijd de Messias die een man zal zijn als Mozes: een (be)middelaar. Vanuit het geloof in Jezus weten we dat Hij die Middelaar is. Hij is het die de woorden van God aan ons bekend heeft gemaakt. Jezus sprak vanuit de ontmoeting met zijn Vader tot zijn volgelingen, de discipelen en zij weer tot ons.
