Archive for De God van mijn vader

De God van mijn vader XVI Drie hoofdzonden.


Ik had het diploma van de ULO op zak. En gesolliciteerd bij de politie. Niet direct uit roeping of zo, maar omdat er iemand van de politieschool op onze school was geweest om mensen te werven. Ik had een formulier ingevuld en de sollicitatietrein kwam in beweging. Het was zo ongeveer het eerste wat ik helemaal zelfstandig deed en wat mijn leven ook drastisch zou veranderen. Gek genoeg twijfelde ik er niet aan dat ik goed gekeurd zou worden, terwijl dat maar voor één op de tien sollicitanten zo was. Veel later bleek, dat het advies van de ULO in Dordrecht bijna een spaak in het wiel had gestoken:”Simon is een arrogante, lastige jongen, waar misschien met harde hand nog wel iets van te maken valt”. Dat oordeel ontdekte ik pas twintig!! jaar later. Bij de politie wordt (of werd) alles goed bewaard. Ik kon nog niet direct beginnen. Ik was goedgekeurd in juni en op 1 september begon de opleiding. In de tussentijd werkte ik bij de melkboer. Het stelen van geld was opgehouden. Ik had het niet meer zo nodig, want overdag werkte ik voor een paar maanden bij een zeefdrukkerij in Rotterdam. Daar werd ik goed betaald. Ik besefte heel goed, dat als ik ooit met God in het reine zou komen, als ik zou blijken uitverkoren te zijn dus, zou ik ook moeten biechten bij de melkboer. Ik moest er niet aan denken. Het werden maanden van twee werelden. In Rotterdam werkte ik bij de gebroeders Kouwenhoven. Lange gesprekken had ik met ze over geloof, eeuwigheid, gereformeerde gemeentelid zijn, opstand, seks, geld. Met twee op oog niet gelovige mannen. Ik weet nog steeds niet of ze dat waren. Wel dat ze een paar maanden later tijdens het vissen met een bootje op de Kralingse plas omkwamen.
In dezelfde tijd ging ik meer en meer echt luisteren naar de preken zoals die vanaf onze kansel werden neergeworpen. Een beetje raar woord, maar zo voelde het. Hoog boven het “volk” stond daar een man in een zwarte jas (toga’s hadden ze bij ons niet) een verhaal te houden van een uur ongeveer. Onderbroken door wat psalmgezang en een lang gebed. Ik had wel eerder geprobeerd het te volgen maar dat was lastig. Het zijn rare zinswendingen, lange zinnen, veronderstelt enorm veel achtergrondkennis en daarbij kwam: Het was niet voor mij. Keer op keer had ik gehoord dat “de natuurlijke mens niet verstaat de dingen die des geestes Gods zijn”, dus daar zit je dan. Ik was een op en top natuurlijk mens. Dat bleek tenminste uit mijn drie hoofdzonden: diefstal, zelfbevrediging en een beetje geloven in de evolutietheorie. Het was heel ontmoedigend om dan toch te gaan proberen iets te begrijpen van een preek, die gewoon niet te begrijpen was. Tale Kanaäns werd dat genoemd. Om te begrijpen wat daarmee werd bedoeld moest je in Kanaän geboren zijn.

%d bloggers liken dit: