Archive for De God van mijn vader

De God van mijn vader XV Schepping en evolutie.

We hebben er allemaal een mening over en niemand weet er alles van. Dat maakt het wel ingewikkeld. Iedereen loopt iemand achterna omdat niemand weet hoe het totale plaatje eruit ziet. De loopgraven zijn behoorlijk diep bij sommigen. Als je al dertig of veertig jaar met kracht een ronduit Bijbels scheppingsverhaal verdedigt valt het niet meer mee om nog naar de andere te luisteren. We weten per slot van rekening al wat hij gaat zeggen en drukken op de juiste knop voor het juiste antwoord. Dat vinden we niet moeilijk, want we zijn religieus en bij religieuzen werkt het zo, altijd! In dit geval kunnen we ook nog drukken op de knop van postmodernisme. Niets is meer waar en het feit dat grote bijbelgeleerden nu ook door de knieën gaan voor de evolutie theorie duidt op het “einde der tijden”. Waarheid kennen “ze” niet meer en het wordt voor “ons” steeds moeilijker de o zo Bijbelse waarheid van de schepping hoog te houden. Ouweneel zijn we kwijt, maar gelukkig hebben we Dr. Dino nog. We bestoken elkaar met zo wetenschappelijk mogelijke theorieën en sommigen brengen zelfs de vijfennegentig stellingen tegen de evolutie uit om althans een kleine reformatie te beginnen. Dat het ook te maken heeft met onze opvoeding willen we niet graag horen. De val van Adam, de erfzonde, de hel, de angst voor de dood en de hel, de nachten zonder slaap omdat ik als kind bang was voor eeuwig te moeten branden, het zou allemaal voor niks zijn geweest als er géén Schepper van hemel en aarde was. Opa en mijn bestraffing van de kleuterjuf, mijn overgang van de ULO in Hendrik Ido Ambacht naar de ULO in Dordrecht, allemaal nutteloos. Verloren jaren van catechisatie, onderwijs, angst en onzekerheid. Ouders die het dus bij het verkeerde eind hadden. Ik kan onmógelijk geloven in de evolutietheorie. Dat deze angst – zoals gewoonlijk – een slechte raadgever is, zie ik niet eens meer. Geef mij maar Dr. Dino en vijfennegentig stellingen. Ik maak mijn loopgraaf wel wat dieper en kom er – af en toe – even uit om iemand aan de andere kant af te schieten. Waar blijf je met de tweede Adam als de eerste er niet was, wat is erfzonde en zondeval als de boom er niet stond. De angst regeert, ik gebruik mijn machtigste wapen, het woord en de overredingskracht, naar mijzelf om stand te houden tegen deze listen van de duivel. Gelukkig ben ik niet alleen. Ik ben lid van een omroep met 500.000 leden of nog meer die allemaal in mijn loopgraaf zitten. Dacht ik. Tot niet alleen Andries Knevel overstag ging, maar met hem honderdduizenden. Mijn loopgraaf werd al kleiner. Natuurlijk zegde ik direct mijn lidmaatschap van de EO op. Nu was het genoeg! De weg naar de al dan niet bestaande Hel was geplaveid en niet met goede voornemens. De oprichters zouden zich omdraaien in hun graf.

Wat dit allemaal waar? Klopt dit? Zeker, het is zo gebeurd, echt gebeurd. Maar heb ik geluisterd? Klopt mijn redenering? Durf ik te luisteren? De waarheid kan tegen een stootje. We kunnen ons niet tegen de waarheid verzetten, we kunnen ons er slechts voor inzetten! En waarom dan die angst?

Ik roep mijzelf en anderen op om eerlijk te zijn. Eerlijk over onze eigen kleine angsten, die ons letterlijk met de paplepel zijn ingegoten. Eerlijk en echt zijn betekent (nog) niet: overstag gaan. Het betekent wel dat ik mensen weer als waardevolle mensen zie, ook als zij diepgaand met mij van mening verschillen. Dat ik mijn eigen beperkingen en angsten zie en besef dat ook en juist die mij leiden in mijn gedachten. Dat ik creationistische, soms krampachtige, wetenschap zag als mijn houvast en vergat dat het ontzag voor de HEER het begin van alle wijsheid is. Dat vernieuwing van denken ook een vooruitgang kan betekenen en niet altijd een naar de hel geplaveide weg is. Dat alles altijd ook weer anders blijkt te zijn na één, tien of duizend nachtjes slapen. Dat zeggen: “Ik weet het niet” geen schande is, maar eerlijkheid. Dat zelfs God aan Job vraagt of Hij er soms bij was! Al schrijvend voel ik dat ik weer bang ben. Voor het hellende vlak. Ga ik nu toch mee? Glij ik nu toch af? Hoever is het, terug naar mijn loopgraaf. Hij is bedolven, kapot gebombardeerd. Het zou mijn graf geworden zijn.

%d bloggers liken dit: