Archive for De God van mijn vader

De God van mijn vader IX

ZINGEN

Tegenwoordig zingen we alleen nog maar in de kerk of (heel soms) op het voetbalveld. Ik bedoel dan iedereen, want er wordt natuurlijk door heel veel liefhebbers ook gezongen op koren, in bandjes op zangles en noem maar op. In de kerk hoort zingen erbij! Nou scheelt het natuurlijk wel wat voor kerk.

Er zijn Psalmkerken, Gezangenkerken, Liederenkerken en Opwekkingskerken. Daar blijft het niet bij, want zou zou veel te eenvoudig zijn. We hebben Psalmen-op-hele-noten-kerken, Psalmen-uit-oude berijming-kerken, Psalmen-uit-nieuwe berijming-kerken, die dan dikwijls wel weer samenvallen met Liedboek (= gezangen) kerken. Deze kerken hebben soms ook nog aanvulling in evangelische bundels met een overlap naar liederen en opwekkingsbundels. Sommige kerken zingen absoluut geen opwekkingsliederen en ander weer absoluut geen psalmen-op-hele noten. De Liederenkerken zitten een beetje in de verdrukking. De Johan de Heer bundel en Glorieklokken raken een beetje uit. Soms is er weer een overlap met de evangelische liedbundel en soms ook met opwekkingsliederen.

Nu zou dat allemaal nog niet zo erg zijn, maar de traditionele domme en eigenwijze, welgemeende echtheid en onechtheid gaan meestal ook nog eens pontificaal op hun eigen bundeltje zitten. Er zijn er die er zelf nóg een maken. Wat je zelf maakt is het beste, nietwaar? De anderen gaan doordat zij zich niet aan ónze regels houden soms naar de hel en – als die bijvoorbeeld niet meer bestaat – naar de bible belt of een andere achterstandswijk.

Dan hebben we het nog niet over de begeleiding. Met orgel, piano of zelfs een band. Liturgisch, opgewekt, snel of langzaam. Vijf liederen zonder voor- en naspel (nee het gaat over muziek!) of juist vijftien liederen met heel veel voor-na- en tussenspel. Bij de psalmen heb je dikwijls het idee dat je iets moet doen – handklapt en betuigt, onze God uw eer – bijvoorbeeld, maar dat mag niet. Dat is helemaal fout want klappen en opstaan en betuigen doen we weer bij de opwekkingsliederen. Het is bij binnenkomst van een vreemde kerk een heel gedoe uit te vinden wat er hier nu wel en niet hoort. Gaan ze staan, blijven ze zitten, gaan de handen omhoog, wordt er geklapt, heb ik een boekje nodig of is er een beamer, zingt het koortje om te begeleiden of is het een liturgisch kerkkoortje wat met hoge stemmetjes Bach probeert te oreren.

Het is wel belangrijk om deze zaken allemaal goed in je op te nemen, want de meeste zang is na heel veel touwtrekken onder zware druk tot stand gekomen. En denk niet dat het over niks gaat, want het is allemaal heel erg principieel, traditioneel, eigenwijs en echt gemeend. En meestal ook heel “typisch” (Ik zeg maar meestal zodat iedereen zich tot de niet “typische” uitzondering kan rekenen). Dat moet ik natuurlijk wel uitleggen. Zingen hoeft niet zo gek te zijn, maar jouw principes met betrekking tot hoe, hoe lang, hoe hard, hoeveel er gezongen moet worden is dat meestal wel. Het maakt God echt niks uit hoe je zingt als het maar met je hart is. Daar zit natuurlijk ook weer een probleem, want wie organiseert dat? Het moet maar net jouw psalm zijn, die je in drie coupletten heel langzaam mag zingen of jij moet noumaar – net als de zangleider – in je hart hebben om opwekking 666 zes keer te herhalen, het refrein ook zes keer om met zes keer de laatste regels te besluiten. Soms word je meegenomen, maar ook soms, meer dan soms, is het cultuur. Dat wat we elkaar doorgeven, onze kinderen leren en waar we elkaar op afrekenen. Je kan toch alleen maar geestelijk zijn met Psalmen, Gezangen, o nee, Johannes de Heerrrrr of vooruit dan maar, Opwekking.

%d bloggers liken dit: