Archive for De God van mijn vader

De God van mijn vader VII

DE LAGERE SCHOOL

Op de lagere school leerden we dat we met dergelijke dingen niks te maken hadden. We leefden ons eigen leventje en hadden nauwelijks contact met anderen dan zwaar reformatorische mensen. Wij waren van de Gereformeerde Gemeente. Dat was het beste. Daarna kwamen de uitgetredenen, de Gereformeerde Gemeenten in Nederland. De vrije Oud gereformeerde gemeente in H.I. Ambacht kon er ook mee door. De Gereformeerde bond in de Hervormde Kerk ook nog wel, alhoewel dat toch al moeilijk lag. Zo werd mijn kerkelijk besef gevormd rondom het begrip van de waarheid. Wie er gelijk had was niet de vraag, maar hoe aan te tonen dat wij het bij het rechte eind had. Onze catechisatieboekje (ook al zo’n woord – welk kind wil er nou op catechisatie) vermeldde achtereenvolgens de dwalingen van de Pelagianen, de Arminianen, de Luthersen, de Wederdopers, de Jehova’s getuigen (in een bijlage natuurlijk) om ons te trainen in een juist godsbesef. Ik schrijf het hier met kleine letters, want het ging “nergens” over natuurlijk. Nou ja, nergens, in ieder geval niet over een juist Godsbesef. God was meer de hemelse chef geworden, die al zijn aardse werknemers de juiste regeltjes voorhield en nauwkeurig bijhield of ze zich daar wel aan hielden.

School en kerk sloten nauw op elkaar aan. Dezelfde sombere leer was uitgangspunt. Niet dat we op school niet konden lachen. Dat deden we wél. We zongen en lachten, we speelden en het was op ons schoolplein net zo’n dolle boel als op het schoolplein van de gewone gereformeerde kinderen. Religie, Godsdienst was zo deel van ons leven dat de zaken van de eeuwen en de zaken van de eeuwigheid dwars door elkaar heenliepen. Bekeerde kinderen hadden we bijvoorbeeld niet. En dat kwam ook nooit ter sprake. Op school dan. Dat was uitgangspunt. In de kerk wel. “Jongens en meisjes, het is ook voor jullie hoor!, werd er af en toe vanaf de kansel geroepen” maar dat kon natuurlijk helemaal niet, aangezien de zaak al lang beklonken was. En áls je uitverkoren was kwam je daar pas op latere leeftijd achter. Gereformeerden en Rooms Katholieken hadden daar geen last van. Die dachten allemáál naar de hemel te gaan. Ze zouden het nog wel ontdekken. Met een ingebeelde hemel naar de hel was vreselijk. Wij gingen zeer waarschijnlijk ook wel naar de hel, maar wij wisten het tenminste.

%d bloggers liken dit: