Archive for De God van mijn vader

De God van mijn vader XXII verliefd!


Ik ben niet één keer, maar wel tig keer verliefd geweest. Het werd lang niet altijd wat. Gelukkig maar. Af en toe een vriendinnetje, maar meestal was het weer van snel voorbijgaande aard. Met Wilma was dat anders. Toen ik haar ontmoette stond mijn wereld op z’n kop. Ikzelf ook wel trouwens. Nou ja, misschien allebei wel, al staat dan alles weer correct. Er gebeurt dan van alles. Met je geest en je lichaam. Je geest moet ineens omschakelen van “rondkijken naar het leukste meisje” naar “ik heb haar nu gevonden en dit is ze, voor altijd”

Zo drastisch voelde dat inderdaad aan. Dat heeft natuurlijk ook alles met thuis te maken. Thuis was – zeker op dit gebied – veilig. De God van mijn vader verbood echtscheiding, maar dat had niet eens nodig geweest. De enkele keer dat ik ontdekte dat Pa en Ma het niet eens waren brachten mij van mijn stuk. Ouders zijn een echt-paar. Dat woord paren had er niet in gehoeven, want daar dacht je niet over na. Ouders hadden geen seks, behalve dan een keer of vijf om hun kinderen te verwekken. Maar echt waren ze wel.

En nu ontmoette ik Wilma. De wereld op zijn kop. Het was een mengeling van onzekerheden over seks, eeuwige trouw, kiezen, kerk en familie. Op één of andere totaal krankzinnige manier speelde dat allemaal mee. Misschien ben je wel een beetje krank (ziek) zinnig (in je geest) als je verliefd wordt. Wij wisten het lichaam niet zo goed te beheersen. Daar praatten we ook nauwelijks over. Dat deden we gewoon. Maar de rest van de vooral door de God van onze vaders belangrijk gevonden zaken kwamen tot diep in vele nachten aan de orde.

Het was de eerste ontmoeting van de God van mijn vader met de God van mijn toen nog aanstaande schoonvader. Die twee goden konden niet eenvoudig met elkaar door één enge poort. Verliefdheid had in mijn geval met al deze zaken te maken. Hormonen en religie hoorden bij elkaar. Wie was ik? Een man, een politieman, een opgewonden seksueel wezen? Of ook een mens, een kerkmens, een bevlogen denker over tijd en eeuwigheid. Het stormde in mijn hoofd én in mijn onderbuik (om niet te zeggen genitaliën, dat staat zo grof). De wereld stond op zijn kop of was ikzelf gewoon ondersteboven en was alles altijd al zo?

Gesprekken tot diep in de nacht met aanstaande schoonpa, soms ook in meervoudige alcoholneveling doorgebracht, maakten dat de diepste gevoelens aan de oppervlakte kwamen. Met hem besprak ik de kerk, vooral de kerk van mijn vader. En het geloof, vooral dat van hem en mij. Alles kwam aan de orde. Niet meer theorie, maar écht: wat vind ik zelf?

%d bloggers liken dit: