Israëlvisies in beweging?

 

IMG_4863

Met stijgende verbazing en groeiende ergernis heb ik het boek van Steven Paas “Israëlvisies in beweging” zitten lezen. Stijgende verbazing omdat er zoveel aannames in zitten en in feite ook zoveel ongeloof dat ik gewoonweg niet begrijp hoe een toch verstandig mens dat zonder onderbouwing kan poneren. Ergernis omdat de z.g. Israëlisten van alles en alles van elkaar in de schoenen wordt geschoven en daarna onder ongeveer één en dezelfde noemer bestreden worden. Alsof je de oudgereformeerdegemeente op uitverkoren grondslag vergelijkt met de vrijzinnige PKN gemeente van de “God die niet bestaat”. Eén van de eerste aannames die je vervolgens vanaf elke bladzijde tegenkomst is dat er maar één verbond is, “het”genadeverbond. Het uitgangspunt zal wel zijn dat er ook een werkverbond was onder de eerste Adam, maar dat ben ik niet zo expliciet tegengekomen in dit boek. Nu is er in de Bijbel af en toe wel sprake van een verbond én genade (bv. in Psalm 106:45) maar ik weet niet van “het” genadeverbond. Minsten had dhr. Paas moeten uitleggen hoe hij daaraan komt en wat hij eronder verstaat en hoe hij dat Bijbels fundeert. Nu ben ik bang dat hij dat niet doet omdat al te letterlijk lezen van de Bijbel in feite zonde is die tot Israëlisme zou leiden. Het subkopje van hoofdstuk 2 is dan ook “Letterlijkheidswaan”. Op diezelfde bladzij wordt geheel ten onrechte beweerd dat Israëlisten de Bijbel zo letterlijk zouden lezen dat bij wijze van spreken in de fabel van Jotam, de bomen des velds letterlijk gesproken zouden hebben. Dit noemt hij niet letterlijk, maar dat kan in dit geval geen kwaad denk ik. Om vervolgens Augustinus aan te halen  als iemand die niet meeging in de “letterlijkheidshermeneutiek” is een gotspe. Juist Augustinus allegoriseert er dikwijls zo op los dat er wel andere hermeneutische kritieken op hem te leveren zijn. En wie zijn “Belijdenissen” heeft gelezen weet ook dat hij zich meer dan ééns schuldig () maakt aan letterlijkheidswaan.  Als op blz. 26 wordt vermeld dat letterlijk lezen de basis is voor het geestelijk verstaan begrijp ik Paas niet meer of hij zijn eigen tekst niet zozeer. Het proces van vergeestelijking verloopt dan vervolgens “progressief” dwz zeggen dat het tot aan de laatste bijbelboeken en met name openbaringen een geheel geestelijk verstaan is geworden. Wie nog gelooft dat er een toekomst is voor Israël (als etnisch volk), dat het evangelie ook gaat over de landbelofte is in feite niet geestelijk. Dat klopt volgens Paas ook wel, want als je dit soort dingen gelooft zoek je in feite ruzie, misleid je de kerk en ben je dus niet geestelijk. Je moet maar durven.  Volgens Paas (blz. 28) zegt Paulus wel dat Joden in alle opzichten wat voor hebben op de anderen (de heidenen), maar onder alle opzichten valt dan niet het heilsordelijk opzicht. Het is geen Israëlvisie in beweging ben ik bang, maar een in beton gegoten kerkleer die alleen maar uitgaat van de veronderstelling dat er voor Israël géén plaats meer is. Misschien is hier wel de plaats om te zeggen dat ook ik geloof dat de huidige staat Israël niet het Israël Gods is, dat zijn het land  niet volgens Bijbels recht in bezit hebben (al stuurt God wel de geschiedenis aan – Ps. 2). Dat het huidige Israël een zondige natie is met een maximum aan  porneia (in alle vormen) en alle andere zonden waaronder de grootste zonde dat zijn niet geloven in Jeshua, Jezus Christus als hun Messias.  Dat Israël geen doel van de geschiedenis van God is, maar een middel wil ik nog wel aannemen. Alhoewel God in mijn letterlijkheidswaan toch tegen dat etnische volk zegt dat Hij ze liefheeft, gehuwd heeft en tot bruid zal nemen voor eeuwig. Maar geestelijk gezien bakken ze inderdaad niks van het geloof in Jezus. Dan doen uitverkoren oudgereformeerde gemeenten en PKN dominees die geloven in een God die niet bestaat het beter. Natuurlijk worden alle verbonden in en door Christus vervuld. Zeker weten is Hij de eeuwige Zoon van God door wie en tot wie alle dingen zijn geschapen. Zeker weten gaat alls wat in het Oude Testament wordt geschreven over de Christus der Schriften Maar dat zegt allemaal niets over het Israëlisme. In feite heb je met deze hoofdstukken de kern van het betoog al te pakken. De volgende hoofdstukken geven aan dat er in de geschiedenis nogal verschillend mee is omgegaan. Soms grenst dat aan ongeloof of is het dat gewoon. De tien stammen zijn weg en kunnen ooit meer gevonden worden dus wordt het oude Israël (Lo-ammi) nu weer Ammi als overblijfsel samen met de heidenen. Door het boek heen wordt ook regelmatig opgemerkt dat anti-semitisme en filo-semitisme (liefhebben van de naam Israël) bijna hetzelfde zijn. Filo leidt tot anti. In de naoorlogse tijd wordt vooral de EO als boosdoener aangemerkt die ons geleerd heeft de Bijbel weer al te letterlijk te nemen. Welke conclusies trekt de schrijver. De toetssteen voor zijn conclusies is de volgende:”Hebben de antwoorden van het Israëlisme positief ingewerkt op de kerken, op het geloof van de christenen en op de ontwikkelingen van de theologie?” Volgens wie en wat en waarom dan dit ben ik geneigd te vragen, Waarom zou je op grond daarvan conclusies trekken. Niet: Welke vorm van theologie is het beste in overeenstemming met een verantwoorde hermeneutische benadering van de Schrift. Ook niet wat is het meest Bijbels (dat zal we te letterlijkheidwaanzinnig zijn) maar was het goed voor de kerk?  In het hele conclusiedocument – om het maar zo te noemen – worden de eigen paradigma’s steeds weer gesteld tegenover de breedte van de vermeende Israëlvisies. Mijn mening is deze: Nee, inderdaad, Israël is niet Israël, is niet bekeerd, gaat soms heel verkeerd om met Palestijnen (alhoewel de strijd zonder Bijbel ook nog wel te begrijpen is. Zonder Koran wordt het iets moeilijker), Zionisme en Judaïsme zijn niet Bijbels. Wij kunnen de wederkomst van de Heer niet in schema brengen, maar er zijn wel wat feiten te noemen. Dat wij Hem tegemoetgaan in de lucht staat vast en dat Hij zal wederkomen op de Olijfberg ook wel (waarom eigenlijk daar? Wat gaat Hij daar doen als Hij terug is? Is er wel een wederkomst of gaan we met z’n allen ineens hup naar andere sferen om geoordeeld te worden?) ”Het Israëlisme verbreekt de eenheid van de Schrift, stel Paas. Nu zit er in elke Schrift ter wereld al een witte bladzijde tussen het ouden en het nieuwe testament. Maar een goed gefundeerde, hermeneutisch verantwoorde bijbeluitleg verbreekt nooit de eenheid van de Schrift. De leer van de dispensaties een ernstige belemmering noemen is één, maar in de bestrijding ervan blijk te geven er niet echt kennis van genomen te hebben is een ander verhaal.  Het oude boekje van Maljaars (Niet allen Israël) en de reactie daarom van Ouweneel en Fijnvandraat toentertijd maar weer eens uit de kast genomen.In feite is dit boek er een nadere uitwerking van en wat meer geactualiseerd.  In hoofdstuk 17 volgen er nog aanbevelingen.  Ik lees ze zo: 1. Neem de Bijbel niet al te letterlijk (blz. 266)  2. Mensen die in het 1000 jarig rijk van vrede geloven zijn in de war (vloeit natuurlijk voort uit 1) en ten 3e : Ga normaal om met Israël. Normaliseer de verhoudingen. Ik probeer zelf altijd te horen wat alle kanten er van zeggen, een ander Joods geluid, de rabbijnen, de niet zionistische joden, de Palestijnen, een schreeuw om recht, de krant van elke dag. Ik zie het allemaal voorbijkomen. En ik zie opnieuw een kind, spartelend in het bloed van de nageboorte (Ezechiel 16:6). Ik zie de volken verdeeld. In oorlog, tegen elkaar, maar toch ook wel heel dikwijls tegen Israël. Ik zie onrecht bij de Palestijnen, maar ook in Egypte, in Saoedi Arabie en overal ter wereld. En ik geloof (ja echt) dat Jezus zal terugkomen op de Olijfberg en op de Troon van David in Jeruzalem zal gaan zitten. Dan zijn hemel en aarde verenigd te zaam. Wat een dag zal dat zijn.

 

Nog even iets over een open brief aan alle Nederlandse christenen.  Die heb ik nog even laten liggen. Wel gelezen, maar omdat dat dus ook een brief aan mij is ga ik die wat preciezer beantwoorden aan de schrijvers dan dat in dit korte verslagje mogelijk zou zijn.

 

Israëlvisies in beweging

 

Steven Paas

 

Uitgevrij Brevier

 

 

 

9 comments

  1. Je opmerkingen kloppen niet met wat er in de Bijbel staat he.

    Hosea heeft het alleen over Israël. Zo ook Jesaja.
    Alleen Paulus spreekt over Judeeers (vertaald met “Joden”) en andere mensen/stammen/volken (vertaald met “heidenen”).

    Maar jij leest in Jesaja wel over… Joden? En jij leest in Hosea over andere volken en niet over Israël waar hij het wel steeds over heeft?

    Waarom is de vraag. Niet omdat het er staat immers. Dus kan het alleen maar zo gelezen worden omdat jij het er perse in wil lezen. Dit omdat je gelooft dat het ook zo is.
    Je leest niet wat er staat maar wat je al gelooft.
    Misschien klopt het niet wat jij gelooft? Het staat er immers eenvoudigweg niet. Ja, je ziet Paulus het hebben over Joden… maar ook Hosea en Jesaja?

    Besef je wel dat Abraham geen Jood was. Dat Jakob geen Jood was? Dat Gods verbonden nooit gesloten zijn met Joden?
    Maar alleen met de veel grotere groep die geheel Israël is? En dat het grootste deel van die groep ten tijde van Paulus in de ballingschap/verstrooiing leefde?
    Vervreemd van het burgerrecht van Israël. Door God verstoten, zie Hosea, en in het nieuwe verbond weer aangenomen voor wie gelooft. Dit huis van Israel was tot heidenen geworden. Niet mijn volk, niet meer geliefd, verstoten. Niet meer de naam Israel waardig. Alleen het koningshuis van Juda was nog de naam van Israel waardig. Zij die later Judeeers zijn gaan heten en dit is in onze vertalingen helaas verbasterd tot Joden.

    Dit is het onderscheid dat Paulus maakt. Voor die voorheen verstoten Israelieten die geloven is er nu vergeving mogelijk. Zo bestaat het ware Israel uit gelovigen uit beide koningshuizen. God kwam nl. redding brengen voor heel Zijn volk als zij in Hem gaan geloven. De term Judeeers was min of meer gelijk geworden aan de term Israel. Zij zagen zich immers als het restant van wat er van Israel was overgebleven. Vandaar ook dat vele mensen ook nu nog denken dat alleen de Judeeers Israel zijn. Maar dit gaat in tegen het verslag uit de Bijbel waaruit duidelijk blijkt dat de stammen van Israel niet door God vergeten waren, ze waren niet voor altijd verstoten. Dit is onderdeel van het goede nieuws van het nieuwe verbond. Daarom schrijft Jakobus aan “de twaalf stammen in de verstrooiing”.

    Paulus bestrijd de zelfrechtvaardiging die zich onder veel Judeeers had ontwikkeld. Zij beroemden zich op hun besneden zijn en verdere werken van wetsbetrachting en helaas ook het volgen van tradities die ze zelf verzonnen hadden. Zij waren in eigen ogen zoveel beter dan al die andere (voorheen)Israel-volken/stammen die weggevoerd waren in de ballingschap. Zo moet je de teksten in Rom. 2 lezen als Paulus zegt dat de ware Judeeer in het hart besneden moet zijn. Dit is het ware Israel. Niet alleen in naam/afkomst met bepaalde werken maar vooral het hebben van de juiste hartsgesteldheid die tot de juiste werken leid.

    Groet,
    Jan

  2. Hallo Peter, graag raad ik je aan om de woorden ‘Jood’ en ‘heiden’ te onderzoeken. En hierbij de geschiedenis v.d. beide koningshuizen van Israël te beseffen.

    De bruid was altijd al het gelovige volk van God inderdaad. Toch heeft God Zijn verbond nooit uitgebreid naar alle andere volkeren op aarde. Zie hierover o.a. Hebr. 8.

    De verwarring komt omdat wij de uitspraken van Paulus niet meer lezen in de brede context v.d. geschiedenis van Gods volk Israël. En ook zijn we niet (of niet goed) bekend met juist die teksten die duidelijk maken voor wie Jezus kwam (o.a. Mat. 1:22, 10:6, 15:24) en tot wie de discipelen schreven (bijv. 1 Petr. 1 en Jak. 1).

    Verder is de vertaling die we lezen bepalend voor onze beeldvorming. Zo lezen wij over ‘Joden’ (i.p.v. Judeeërs) en ‘heidenen’ (i.p.v. volken of stammen of niet-Israëlieten) en daarbij denken we dan aan bepaalde groepen waarvan wij menen te weten dat ze nooit dezelfde afkomst kunnen hebben.
    Toch is bij nadere studie juist dit feit te ontdekken: God houdt voor altijd vast aan Zijn verbond met de letterlijke/raciale kinderen van Abraham, Izaak en Jakob. Maar wel alleen met dat kleine gedeelte dat Hem daadwerkelijk liefheeft. Zie Rom. 11. Alleen dit restant is het ware Israël. Niet alleen in naam maar ook in het hart.
    Want de conditie van Gods liefde is altijd: heb Mij lief, houdt mijn geboden.

    De Bijbel vormt een harmonieus eensluidend boek waarin het eeuwige karakter van God geopenbaard wordt voor wie God ogen geeft om dit te zien. Zo is God een God die kiest en verwerpt. Die de een boven de ander stelt. Die een volk verheft boven alle andere volken. Dat gaat in tegen onze… programmering. Wij zijn geleerd dat allen gelijk zijn in de ogen van God. Dit laatste klopt dus totaal niet met de rode draad van de uitverkiezing die in heel de Bijbel te vinden is.

    Ik hoop dat dit vele vragen oproept en dat er op zoek gegaan wordt naar de antwoorden.

    Jan

    1. Jan, Hebr. 8 niet spreekt over een ‘uitbreiding’, maar daar gaat het niet om, omdat Rom. 9 heel duidelijk maakt, dat het Verbond op basis van de verkiezing van het geloof was en is en niet etnisch. In die zin was er dus geen uitbreiding nodig. Rom. 2:29 zegt heel duidelijk wie NIET een Jood is en wie WEL. Het is niet etnisch bepaald. Zoals de naam aangeeft, is de Hebreënbrief gericht aan… Hebreeën en het handelt niet over deze kwestie, zodat je daaruit ook geen conclusie over dit onderwerp kunt trekken.
      Paulus is veel duidelijker, want hij MOEST als apostel onder de heidenen hierover wel klaarheid geven, wat hij dan ook op tal van plaatsen deed. Op tal van plaatsen geeft hij aan dat de belofte voor ALLE gelovigen is (Rom. 4:16; Gal. 3:29). Het laatstgenoemde vers noemt gelovigen uit de heidenen ‘erfgenamen’ en ‘Abrahams nageslacht’. Ik vraag me altijd af, hoe mensen ertoe komen dit wel te onderschrijven, maar dan toch te zeggen, dat wij niet in het Verbond zijn. Welke andere beloften zijn er anders, dan op grond van het Verbond? Hoe kun je erfgenaam zijn, anders dan door het Verbond? Waar ben je anders erfgenaam van? Als je door het geloof kind van Abraham bent, dan heb je deel aan het Verbond. Tegelijk zegt Paulus in Rom. 4:14, dat degenen die ‘uit de wet’ zijn (en dus niet uit het geloof), geen erfgenamen zijn. Rom. 11 spreekt over afgebroken en geënte takken, op grond van ongeloof c.q. geloof. De algemene interpretatiefout is daar, dat men de olijfboom identificeert met de natuurlijke Joden, maar zij zijn de afgebroken takken voor zover zij niet geloven. Dat staat er toch duidelijk. De boom is het geestelijke volk van God, die zoals Abraham vanuit het geloof leven en de wortel is Christus.
      Het is belangrijk dat Jezus Christus de vervulling is van het plan van God en dat met Hem het Nieuwe Verbond is gekomen, dat het Oude vervangen heeft. In dat Nieuwe Verbond gaat het om geloof in Christus. De tekstaanhalingen Mat. 1:22, 10:6, 15:24 zijn allen van voor het lijden, sterven en de Opstanding en dus in het Oude Verbond, toen God zich nog voornamelijk richtte tot de Joden. Er was een tussenmuur, maar nu is die weggebroken. Waarom vinden zoveel mensen het dan zo nodig om die muur weer op te bouwen? En, wat zou de waarde zijn van een verbond dat God zou hebben met mensen die Christus en daarmee de enige mogelijkheid tot behoud verwerpen? Wat heeft Israël aan een landsbelofte, als ze Christus niet hebben (Matt. 16:26)?

      1. Beste Peter, kijk eens naar Rom. 9:

        ” 24 Hen heeft Hij ook geroepen, namelijk ons, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen.
        25 Zoals Hij ook in Hosea zegt: Ik zal Niet-Mijn-volk noemen: Mijn volk, en de Niet-geliefde: Geliefde.
        26 En het zal zijn dat op de plaats waar tegen hen gezegd was: U bent Niet-Mijn-volk, daar zullen zij kinderen van de levende God genoemd worden.
        27 En Jesaja roept over Israël uit: Al zou het getal van de Israëlieten zijn als het zand van de zee, slechts het overblijfsel zal behouden worden.
        28 Want Hij voltooit een zaak en handelt die af in gerechtigheid. De Heere immers zal metterdaad Zijn zaak snel afhandelen op de aarde.
        29 En zoals Jesaja van tevoren gezegd heeft: Als de Heere van de hemelse legermachten ons geen nageslacht had overgelaten, zouden wij als Sodom zijn geworden en aan Gomorra gelijkgemaakt zijn geweest. ”

        Over wie heeft Hosea het?

        Over wie heeft Jesaja het?

        Over wie heeft Paulus het?

        Vriendelijke groet,
        Jan

        1. Hosea heeft het over gelovigen uit de volken, die nu “volk” (dat is “volk van God”) zijn. Jesaja heeft het over het “gelovig overblijfsel” uit de Joden, dus diegenen die, omdat zij geloven, behouden worden en Paulus heeft het over die gelovigen SAMEN, die volgens vers 24 geroepen zijn. Het onderscheid is dus wel/niet geloof, niet etniciteit.

  3. Rom. 1-11 is toch tamelijk ondubbelzinnig: “er is geen onderscheid”. Tel het aantal keren maar dat dat gezegd wordt. Je kunt met recht zeggen dat dit het thema van de Romeinenbrief is: geen onderscheid tussen Jood en heiden. In Rom. 9:6 e.v. maakt Paulus duidelijk, dat de belofte niet aan de natuurlijke nakomelingen zonder meer is gegeven – sterker, dat zij niet allen “Israël” zijn, maar aan de “kinderen van de belofte”, op basis van de UITVERKIEZING. Los van de Calvinistische geladenheid van het woord ‘uitverkiezing’, zien we aan het eind van het hoofdstuk wat die uitverkiezing inhoudt: God kiest de gelovigen. Zowel bij Joden als heidenen is dat een rest en die zijn samen één volk. In Gal. 6:16 wordt dat het ‘Israël Gods’ genoemd. Dat vinden we ook al in het O.T. Het verbond is ALTIJD al gebaseerd geweest op geloof en dat is niet veranderd. God hoefde dus niet plotseling ‘van bruid te veranderen’, zoals Jan het hierboven noemt. De bruid was altijd al het gelovige volk van God en niet gebaseerd op ethniciteit.

  4. Men kan zeggen: het etnische Israël is Gods verbondsvolk of men kan zeggen: de Christenen uit elke natie vormen nu het verbondsvolk, ‘het geestelijke Israël’.
    En de waarheid? Israël was en is een etnische groep. Maar ras/volk is geen vrijkaartje. Ze moesten altijd al meer zijn dan Gods volk in naam. Ze moesten het ook in hun hart zijn. En dus ook in hun daden die daaruit volgen.
    Daarom is het ware Israël alleen zij die zowel van Jakob afstammen en ook Zijn verbond houden. Het nieuwe verbond is gesloten met dezelfde mensen waar God ook het eerste verbond mee gesloten heeft (o.a. Hebr. 8:8)

    God veranderd niet van bruid halverwege de Bijbel. God is eensgezind, onveranderlijk. De verwarring ontstaat in ons denken wanneer wij niet de hele Schrift kennen, geloven, toepassen. Men is niet bekend met het uiteenvallen van het volk Israël. De ballingschap en de aanname van dit verstoten volk in het nieuwe verbond. Heidenen zijn dan opeens niet-Israëlieten, of zelfs ‘niet-Joden’. In plaats van verstoten en ‘verwilderde’ Israëlieten, zie o.a. Hosea. God heeft Zijn volk niet voor altijd verstoten. Onderzoek de duidelijke aanwijzingen hiervoor in zowel het oude als nieuwe verbond. Wie zoekt zal vinden.

    De verwarring ontstaat ook doordat ons van jongs af aan verteld wordt dat ‘de Joden’ Gods volk zijn. Zonder ooit zelf kritisch de Schriften te onderzoeken en ook kritisch naar het ontstaan en functioneren van het Jodendom/Judaïsme/Talmoedisme te kijken.

  5. Het gevaar van dit soort schrijvers is dat door zichzelf een autoritaire en intellectuele schrijfstijl aan te meten vaak niet of twijfelende mensen weten mee te slepen in zijn duidelijke verwrangde gedachte wereld

Fijn als je wilt reageren.